Een kat wordt gemiddeld veertien tot zestien jaar. De eerste twee jaar van zijn leven, veroudert de kat het snelst. Een kat die vooral buiten leeft (een ‘buitenkat’) wordt sneller ouder dan een kat die enkel binnen leeft (een ‘binnenkat’). Na één jaar is een kat ongeveer vijftien jaar oud in een mensenleven. Het tweede jaar is vergelijkbaar met vierentwintig mensenjaren. Vanaf dan is elk jaar te vergelijken met telkens vier jaren van een mens.